De landelijke Werkgroep Chirurgische Anatomie
(Lowlands Institute of Surgical and applied Anatomy; LISA)
Achtergrond
De oprichting van een formele landelijke werkgroep Chirurgische Anatomie onder auspicien van de Nederlandse Vereniging voor Heelkunde(3-8-2001) was noodzakelijk i.v.m. de discrepantie tussen enerzijds de toename van steeds complexere operaties/operatietechnieken (e.g. minimaal invasieve chirurgie) en anderzijds de landelijke tendens tot beperking van het anatomie onderwijs gedurende de opleiding tot basisarts (de vigerende centrale gedachte is: 'niet iedere arts hoeft meer een gedetailleerde kennis van de anatomie te hebben'). Dit laatste is tot op zekere hoogte plausibel wanneer men dan 'post- graduate' met name in de zgn. 'snijdende specialismen' de mogelijkheid schept om kennis te verwerven van de toegepaste (i.e. Chirurgische) Anatomie.
Een aantal ontwikkelingen maakten de noodzaak van structureel en permanent 'post graduate' onderwijs in de toegepaste anatomie nog groter. 1. Toename van het aantal hoog complexe chirurgische ingrepen. Met name in de minimaal invasieve chirurgie, waar bijv. palpatie als middel ter oriëntatie is vervallen, is (nog meer dan vroeger) een grote, actieve kennis van de anatomie vereist; zowel vóór als tijdens de operatie. De operatiekamer kan en mag geen plaats (meer) zijn waar de Anatomie nog geleerd moet worden. Het betrekkelijke bescheiden aandeel van minimaal invasieve operaties in Nederland laat zich in ieder geval voor een deel verklaren door onvoldoende chirurgisch-anatomische kennis bij haar potentiele toepassers, vooral als gevolg van een historisch gegroeide achterstand m.b.t. pre- en postdoctoraal anatomie-onderwijs in vergelijking met het buitenland. 2. Ten gevolge van het werktijdenbesluit voor AGIO's bevindt de arts in opleiding zich aanzienlijk minder uren in het ziekenhuis (i.e. op de operatie kamer). Waar vroeger in de oude 'meester-gezel' relatie tussen opleider en assistent tijdens een zeer groot aantal contacturen sprake was van veel leermomenten en direkte kennisoverdracht, vereist kennisoverdracht tegenwoordig veel eerder een cursorische opbouw van de leermomenten. Dit aspect wordt nog versterkt door: 3. een verwachte toename van het aantal part-time werkende specialisten in de komende jaren en de hierbij behorende behoefte aan meer opleidingsplaatsen. De voorgenomen uitbreiding van het aantal opleidingsplaatsen voor specialisten bedraagt ongeveer 500. In de huidige situatie m.b.t. (academische) ziekenhuizen zijn er simpelweg te weinig assistent- patiënt contacten (of operaties) voor een verantwoorde scholing van deze specialisten. Ook hierdoor neemt de behoefte aan cursorisch onderwijs buiten ziekenhuis/ operatiekamer toe.
Onderwijs in de Chirurgische Anatomie wordt, ook internationaal, gezien als een 'conditio sine qua non' voor een goede chirurgische opleiding 1). Het is duidelijk geworden dat zowel in het huidige, maar meer nog in het toekomstige opleidingsmodel behoefte bestaat aan efficiënt onderwijs in de Chirurgische en toegepaste Anatomie buiten de directe klinische 'setting'. Tot de oprichting van de Werkgroep LISA werd slechts door een enkele enthousiaste chirurg of anatoom fragmentarisch en zonder duidelijke structuur of curriculum, nascholing verzorgd op de snijzalen van sommige nederlandse universiteiten Om te komen tot meer structuur en tot fomulering van eindtermen, kwaliteitseisen en -in een later stadium- certificering is op initiatief van een Chirurg (dr. JF Lange, chirurg en opleider in het MCRZ locatie Clara) en een Anatoom (dr. G.J. Kleinrensink, Universitair docent afd. Anatomie, Erasmus Universiteit Rotterdam) de werkgroep 'Chirurgische Anatomie' opgericht. De Nederlands Vereniging van Heelkunde (N.V.v.H.) heeft het belang van deze werkgroep onderschreven door haar sinds 3 augustus 2001. de status van officiele werkgroep van de N.V.v.H. te verlenen.
Missie
Door een afname (met name kwantitatief) van het onderwijs in de anatomie in het basiscurriculum van de opleiding geneeskunde zal een deficiet ontstaan in de actieve kennis van de anatomie. Dit deficiet zal merkbaar worden in de specialistische opleidingen van met name de zgn. 'snijdende specialismen'. In de toekomst zal in toenemende mate van (snijdende) specialisten zorg van zeer hoge kwaliteit geëist worden. De werkgroep ziet het als haar opdracht om m.b.v. 'post graduate'scholing van agio's en bijscholing van specialisten middels structureel, cursorisch onderwijs in de toegepaste anatomie (i.h.b. de chirurgische anatomie) een bijdrage te leveren aan de verhoging van de kwaliteit van zorg.
Doelstelling
Vanuit deze werkgroep is centraal het structureel cursorisch onderwijs in de Chirurgische Anatomie vorm gegeven. Hierbij stond voorop dat het onderwijs en de andere activiteiten regionaal geïmplementeerd zullen worden. De werkgroep zal een rol spelen in organisatie en ontwikkeling (innovatie) van onderwijs. Zij zal zorgdragen voor kwaliteitscontrole en zich (tesamen met de NVvH) inspannen voor uniforme doelen en opleidingseisen. Inmiddels is een centraal (landelijk) curriculum met standaard eindtermen geformuleerd. Later zullen volgen: landelijke examens en certificering.
Samenstelling van de werkgroep
In deze landelijke werkgroep hebben zitting: 1) de voorzitters van de 8 Regionale Opleidings Commissies (of hun vertegenwoordiger), 2) de hoofden van de afdelingen anatomie van de 8 medische faculteiten (of hun vertegenwoordiger) 3) de voorzitter van de landelijke assistenten vereniging (VAGH) (of zijn/haar vertegenwoordiger) 4) een vertegenwoordiger van het Concilium Chirurgicum en 5) een vertegenwoordiger van de NVvH. ( een lijst met de namen van de werkgroepleden is bijgevoegd) De vertegenwoordigers van Rotterdam, dr. Lange en dr. Kleinrensink zijn benoemd tot voorzitters. Het secretariaat van de werkgroep is eveneens in Rotterdam gevestigd. Het is in Nederland zonder precedent dat op dergelijke schaal, landelijk wordt samengwerkt door Anatomen en Chirurgen. Ook is het voor het eerst dat op deze wijze wordt samengewerkt door alle faculteiten geneeskunde en alle Academisch Medische centra op Chirurgisch Anatomisch terrein.
1) Mattingly, MW, Dean RE et al. Problem-Based Anatomy for Surgical Residents. Current Surgery 2000;57,4 377-380